Locaties en Events Voorstel aanvragen
Ruimtes Wat het kost Kennisbank Blog Onze sites Over ons Contact Voorstel aanvragen
Kennisbank

Wat is een goede bezettingsgraad voor je zaal?

Iedereen wil op deze vraag één percentage horen. Dat getal bestaat niet, en als het wel bestond had je er weinig aan. Wat je wel kunt doen, is je eigen cijfer goed uitrekenen en weten aan welke knoppen je kunt draaien. Hieronder staat allebei.

De rekensom Je eigen ondergrens Leestijd ongeveer 8 minuten

Eerst de vraag waar je door deelt

Hier gaat het bij de meeste locaties al mis. Een zaal heeft 365 dagen van 24 uur, maar niemand verhuurt een vergaderzaal om drie uur 's nachts. Deel je door alle uren van het jaar, dan kom je op een percentage van onder de tien en denk je dat je een ramp runt. Dat getal zegt niets.

De enige deler die ergens op slaat, is het aantal dagdelen dat je werkelijk aanbiedt. Verhuur je een zaal op maandag tot en met vrijdag in de ochtend en de middag, dan zijn dat tien dagdelen per week. Doe je er zaterdag en de avonden bij, dan worden het er meer. Alles wat je niet aanbiedt, telt niet mee, want je kunt het ook niet verkopen.

Werk per zaal, niet per locatie. Twee zalen bij elkaar optellen is de snelste manier om een probleem onzichtbaar te maken: de ene zit vol en de andere staat leeg, en het gemiddelde ziet er prima uit.

De rekensom

Teken je week uit en tel twee dingen: wat je aanbiedt, en wat er verhuurd is. Meer is het niet.

Wat je aanbiedt

Tien dagdelen per week. De avonden verhuur je niet, dus die tellen niet mee.

ma di wo do vr ochtend middag avond
aangebodenniet aangeboden

Wat er verhuurd is

Een gewone week uit het voorbeeld hieronder: zes van de tien dagdelen bezet.

ma di wo do vr ochtend middag avond
verhuurdleeg
6 verhuurde dagdelen gedeeld door 10 aangeboden dagdelen is 60 procent
Dit is een rekenvoorbeeld, geen norm. Wat voor jou een goed getal is, staat verderop.

Over een hele maand werkt het hetzelfde. Tien dagdelen per week maal ongeveer vier weken zijn veertig aangeboden dagdelen. Zijn er daarvan vierentwintig verhuurd, dan zit je op zestig procent. Noteer het elke maand op dezelfde manier, want de vergelijking met je eigen vorige maanden is het enige wat echt iets zegt.

Let op twee dingen die mensen vaak meerekenen en die er niet in horen. Een dagdeel dat je zelf gebruikt voor je eigen vergadering is geen verhuur. En een optie die nooit een boeking werd, telt ook niet mee. Alleen wat er werkelijk doorging.

Waarom er geen landelijk streefcijfer is

Voor hotelkamers bestaan er officiële bezettingscijfers. Voor zalen en vergaderruimtes niet. Dat komt niet doordat niemand er zin in had, maar doordat er niets te vergelijken valt. Een zaal boven een restaurant in een stadscentrum met avondgebruik is een ander bedrijf dan een trainingsruimte op een erf buiten de bebouwde kom die alleen doordeweeks overdag draait. Hetzelfde percentage betekent bij die twee iets totaal anders.

Wat je op internet aan percentages tegenkomt voor deze markt, komt vrijwel altijd uit een verkooppraatje van een partij die je iets wil verkopen. Ik noem hier daarom geen getal dat ik niet kan onderbouwen. De enige zinnige maatstaf is je eigen cijfer van vorig jaar, dezelfde maand.

Je eigen ondergrens, en die kun je wel uitrekenen

In plaats van een landelijk cijfer heb je iets beters: het aantal dagdelen dat je moet verhuren voordat de ruimte zichzelf betaalt. Dat is een som die je in tien minuten maakt en die voor jou wel klopt.

  • Stap 1. Tel op wat die ruimte je per maand kost als er niemand komt. Huur of hypotheek naar rato van het vloeroppervlak, energie, verzekering, schoonmaak, onderhoud, afschrijving van de inrichting.
  • Stap 2. Bepaal wat er van één verhuurd dagdeel bij je blijft hangen. Dus wat de huurder betaalt, min de kosten die alleen door die boeking ontstaan: koffie, extra schoonmaak, de uren van degene die klaarzet.
  • Stap 3. Deel het eerste getal door het tweede. Daar komt het aantal dagdelen per maand uit dat je nodig hebt. Zet dat af tegen het aantal dagdelen dat je aanbiedt en je hebt je eigen percentage.

Dat getal is je ondergrens, niet je doel. Maar het verandert het gesprek. Je weet nu of je nog twee dagdelen tekort komt of nog twaalf, en dat is iets heel anders dan het gevoel dat het tegenvalt.

Waarom negentig procent een slecht teken is

Dit verrast de meeste locatiehouders. Een zaal die bijna altijd vol zit, is zelden een zaal die goed loopt. Hij is meestal te goedkoop, en hij kost je werk dat je niet ziet.

Zit je structureel vol, dan zeg je namelijk aanvragen af. Die mensen komen niet terug. Je hebt bovendien geen ruimte meer voor de boeking die je wel wilt hebben: de klant die drie dagen achter elkaar wil, of de partij die jaarlijks terugkomt. En je hebt geen marge voor uitloop, schoonmaak en het omzetten van de opstelling. Een zaal die van het ene gezelschap in het volgende overloopt, levert vroeg of laat een klacht op.

Omgekeerd is een laag percentage niet automatisch slecht. Verhuur je vier dagdelen per maand aan een partij die de hele zaal afneemt met catering erbij, dan kan dat meer opleveren dan twintig losse ochtenden. Het percentage zegt niets over wat eronder zit. Kijk er daarom nooit naar zonder er je omzet per dagdeel naast te leggen.

De vier knoppen

1. Meer dagdelen aanbieden

Avonden, zaterdagen, een vroege ochtend. Dit is de enige knop die de noemer verandert, en daar zit een valkuil: je percentage gaat omlaag terwijl je omzet omhoog gaat. Daarom is het percentage alleen te vergelijken als je aanbod gelijk is gebleven. Verander je je aanbod, zet er dan een streep en begin een nieuwe reeks.

2. Het dagdeel dat altijd leeg blijft anders invullen

Bijna elke locatie heeft er een. Vaak de vrijdagmiddag, soms de maandagochtend. Datzelfde blok aan dezelfde doelgroep blijven aanbieden gaat het niet oplossen. Wat wel werkt is het blok anders maken: korter, voor een ander soort gebruik, of als vaste plek voor een terugkerende huurder. Kijk ook naar verhuren per uur of per dagdeel, want de blokindeling zelf is vaak het probleem.

3. Minder aanvragen laten weglopen

Dit is de goedkoopste knop en meestal de grootste. Een deel van je lege dagdelen is nooit een aanvraag geweest, maar een deel wel. Die aanvraag kwam binnen, bleef twee dagen liggen en ging naar iemand anders. Reken eens uit hoeveel aanvragen je vorige maand kreeg en hoeveel daarvan een boeking werden. Valt dat tegen, lees dan zelf boeken of eerst aanvragen.

4. Gevonden worden

De vorige drie knoppen gaan over mensen die je al kennen. Deze gaat over de rest. Je kunt geen dagdeel verhuren aan iemand die niet weet dat je bestaat, en dat is bij de meeste locaties de grootste groep. Zie beter gevonden worden in Google en waarom je zaal te vaak leeg staat.

Wat je er verder bijhoudt

Het percentage alleen stuurt nergens op, want als het daalt weet je nog niet waarom. Houd er daarom drie dingen naast bij, op één A4 per maand:

  • Hoeveel aanvragen je kreeg. Dalen de aanvragen, dan is het een zichtbaarheidsprobleem. Blijven ze gelijk terwijl de boekingen dalen, dan ligt het aan je reactie, je prijs of je pagina.
  • Hoeveel je er hebt afgewezen of moest afzeggen. Dit getal vertelt of je tegen je plafond zit.
  • Welk dagdeel leeg bleef. Niet hoeveel, maar welk. Een patroon in de week is iets waar je iets aan kunt doen; een los getal niet.

Drie maanden van zo'n A4 is genoeg om te zien waar het zit. Dat is minder werk dan het klinkt, en het scheelt je de jaarlijkse discussie met jezelf of het nou goed gaat of niet.

Zet je capaciteit ook op je pagina

Een praktisch bijeffect van dit lijstje: zodra je per dagdeel bijhoudt wat er gebeurt, weet je ook wat je op je verhuurpagina moet zetten. Welke dagdelen je aanbiedt, wat je standaard neerzet en hoe snel je antwoordt. Dat zijn precies de drie dingen waar een huurder op afgaat. Hoe je dat opschrijft staat bij de capaciteit per opstelling.

Planbord met de vijf werkdagen en gekleurde kaartjes, bij de ingang

Te veel lege dagdelen?

Wij zetten je ruimte op de site waar jouw soort huurder zoekt, schrijven de tekst en plaatsen de foto's. Jij hoeft niets te bouwen en nergens in te loggen.

Geen commissie over je omzet, maar een vast bedrag per jaar.

Vraag een voorstel aan

Binnen één werkdag antwoord. Je zit nergens aan vast zolang je niet akkoord bent.

Dezelfde zaal met alle stoelen bezet tijdens een bijeenkomst
Veelgestelde vragen

Vragen over bezettingsgraad

Hoe bereken ik de bezettingsgraad van een zaal?
Deel het aantal verhuurde dagdelen door het aantal dagdelen dat je aanbiedt, en vermenigvuldig met honderd. Dus niet door alle uren van het jaar, en niet door de dagdelen die je helemaal niet verhuurt. Reken per zaal, niet per locatie, anders verdwijnt het probleem in het gemiddelde.
Wat is een goede bezettingsgraad?
Daar bestaat geen landelijk cijfer voor, anders dan bij hotelkamers. De omstandigheden verschillen te veel. Reken daarom je eigen ondergrens uit: de vaste kosten van de ruimte per maand gedeeld door wat er van één verhuurd dagdeel overblijft. Dat getal is wel van jou, en je eigen cijfer van vorig jaar is de enige eerlijke vergelijking.
Tellen de avonden en het weekend mee?
Alleen als je ze aanbiedt. Verhuur je geen avonden, laat ze dan uit de som. Ga je ze wel aanbieden, dan daalt je percentage terwijl je omzet stijgt, want de noemer wordt groter. Zet dan een streep in je reeks en vergelijk niet met de maanden ervoor.
Is een hoge bezettingsgraad altijd goed?
Nee. Zit je structureel bijna vol, dan wijs je aanvragen af, heb je geen ruimte meer voor een meerdaagse boeking en geen marge voor schoonmaak en het omzetten van de opstelling. Vaak betekent het ook dat de ruimte te goedkoop weggaat. Kijk altijd naar wat een dagdeel oplevert en niet alleen naar hoe vaak het bezet is.
Telt een optie of een annulering mee?
Nee. Alleen boekingen die werkelijk zijn doorgegaan. Een optie die verliep is geen verhuur, en een dagdeel dat je zelf gebruikt voor je eigen overleg ook niet. Houd annuleringen wel apart bij, want een oplopend aantal zegt iets over je voorwaarden of je bevestiging.
Mijn percentage daalt. Waar begin ik?
Kijk eerst of het aantal aanvragen is gedaald of alleen het aantal boekingen. Dalen de aanvragen, dan word je minder gevonden. Blijven ze gelijk terwijl er minder uit komt, dan ligt het aan je reactietijd, je pagina of je prijs. Dat onderscheid bepaalt wat je moet doen, en zonder die twee getallen kun je het niet weten.
Hoe vaak moet ik dit bijhouden?
Eén keer per maand, op dezelfde manier, op één vel. Vaker levert ruis op en minder vaak zie je een patroon te laat. Na drie maanden heb je genoeg om te zien welk dagdeel structureel leeg blijft.

Wil je die lege dagdelen gevuld krijgen?

Vraag een voorstel aan en je hoort binnen een werkdag op welke site je ruimte het beste past.